Column – Innovatieboost is zoveel meer dan geld
Innovatie vraagt niet alleen om geld, maar vooral om verbinding, uitvoering en ecosysteemkracht.
Het nieuwe kabinet stelt innovatie expliciet als basis voor het toekomstig verdienvermogen van Nederland. Het voorziet ruimte voor disruptieve innovatie en vooral aandacht voor start- en scale-ups.
Daarbij gaat het om financieringsvoorwaarden en minder administratieve lasten. Ook de Europese Commissie zoekt het in die richting met haar nieuwe bedrijfsmodel EU Inc. (FM, 19/03/2026). En hoe loffelijk ook, wij denken niet dat daarin de oplossing zit om Nederland op te stoten in de inspirerende innovatie-vaart der volken.
Voor start-ups is dat allemaal ook niet echt nodig: we zijn het ‘number one startup ecosystem in the EU’ (the 2024 Global Startup Ecosystem Report). Er is een gezonde kapitaalinstroom en ruimte voor schaalbare start-ups. En voor scale-ups is het eigenlijk niet veel anders – mogelijke hindernissen zijn van heel beperkte invloed. En geld genoeg. Wat ontbreekt is het omzetten van dit geld in rendement.
De echte doorbraak zit in verbinding
Waar het begint te knellen is als scale-ups door moeten pakken naar wat wij ‘tie-ups’ noemen: configuraties waarin ‘groei-door-verbinding’ voorop staat – en dat niet van één onderneming, maar van het hele ecosysteem. Dat leidt tot gezamenlijke roadmaps en integratie van onderzoeks- en ontwikkelingssystemen, vroege validatie met lange termijn schaalbare orders (klant-pilotprogramma’s), interoperabiliteit, crosssectorale samenwerking en kennisconcentratie. Uit onderzoek hieromtrent blijkt dat: ‘a comprehensive policy approach combining financial instruments, institutional reforms, and innovation-driven education is essential to enhance the resilience of startup ecosystems’ (In: Competitiveness and sustainable development Edițion 7, 2025).
ASML laat zien hoe ecosysteemkracht werkt
Een bekend voorbeeld is ASML waarin alle relevante partijen strategisch verbonden zijn met elkaar. ASML’s ecosysteem slaagt door een combinatie van wereldklasse R&D-partnerschappen, een gespecialiseerd toeleveringsnetwerk, diepe kapitaal- en klantrelaties, actieve kennisdeling en een positief-dwingende groeiverwachting; en dat op basis van vertrouwen, HR-uitwisseling, mix van systeemarchitectuur en gespecialiseerde toelevering. Dit alles leidt tot een systemische core competence die niet eenvoudig van buiten te dupliceren is. Andere Europese voorbeelden zijn STMicroelectronics en Infineon.
Waarom te veel innovatie alsnog strandt
Voorbeelden waarin dat – in Nederland – niet echt gelukt is zijn TomTom en recent VanMoof, Felyx en Otrium. Daarin wreekt zich het gebrek aan ‘verbinding-voor-groei’. Dat leidt mogelijk heel even tot incrementele innovatie/vernieuwing (hetzelfde, maar iets beter) – en dat leidt weer tot verstilling en uiteindelijk verstarring. Dit noemen we ‘the valley of death’: het uiteindelijke onvermogen om investeringen daadwerkelijk en vlot om te zetten in houdbaar rendement – nu gaat het te vaak van brugfinanciering naar brugfinanciering, wat enorm afleidt, terwijl iedereen zich er ook nog even mee wil bemoeien. Het rendement op een in Nederland geïnvesteerde euro ligt zowat de helft lager dan in de VS, en meer dan een kwart lager vergeleken met Europa.
Innovatie is een noodzakelijke pijler onder voortdurend succes. Dat vergt focus om uitdagingen op een nieuwe manier te zien – dus switchen van convergentie naar divergentie. En het vergt dan ook de moed daarin stevig te verbinden met cruciale partijen in het ecosysteem.
De overheid moet nu meer doen dan beloven
Daarin zou de overheid een grote faciliterende rol moeten spelen: de uitdaging ligt in het verbeteren van randvoorwaarden en uitvoeringskracht. En dan gaat het met name om de ‘infrastructuur’: minder starre vaste contracten, ruimte, bereikbaarheid, korte doorlooptijd voor vergunningen, meer ruimte voor uitwisseling van kenniswerkers, fiscale prikkels in de keten, en veel meer investeren in scholing, etc.
Tot nu toe blijft het vooral steken in beloften op hoofdlijnen, terwijl concrete instrumenten ontbreken en uitvoeringsregels nog moeten volgen. We zijn te veel bezig met procedures in plaats van met het creëren en versterken van randvoorwaarden voor innovatie op de lange termijn en voor maatschappelijk-economische doelen. Daarmee komt onze productiviteitsgroei onder druk en nemen onze strategische relevantie en ons concurrentievermogen af.
En dat moet nu niet kunnen.
Over de auteurs
Leo van de Voort (Bestuursadviseur corporate finance en strategie)
Thomas van de Voort (PhD-kandidaat Innovatiewetenschappen aan de Universiteit Utrecht)